BEREID JE STEEDS GOED VOOR

  • Wees goed (voor)bereid! Zoek informatie op over het gebied dat je gaat bezoeken, en praat erover met mensen die het kennen. Gebruik de juiste – niet verouderde – kaarten zodat je steeds weet waar je bent en niet verdwaalt. Vermijd drukke periodes. Controleer of je wel toegang hebt tot het gebied waar je zult gaan, of er niet gejaagd wordt, en of de activiteit die je voor ogen hebt wel is toegelaten. Vraag de nodige toelatingen en vergunningen op tijd aan.
  • Zorg dat je de juiste uitrusting en vaardigheden in huis hebt voor je activiteit, en dat je voldoende in vorm bent. Herverpak voedsel eventueel om afval te vermijden. Denk eraan om de juiste kleding te dragen of mee te brengen om je te beschermen tegen de koude, hitte of regen. Zorg dat je de weersvoorspellingen zo goed mogelijk kent, maar hou er rekening mee dat het weer toch nog kan omslaan.
  • Reis zoveel mogelijk samen naar je vertrekpunt en terug naar huis, en het liefst met het openbaar vervoer. Hou in de natuur de groepjes echter klein – een patrouille bijvoorbeeld – om de overlast voor de natuur, maar ook voor andere liefhebbers van het buitenleven, zo klein mogelijk te houden.
  • Hoe beter je voorbereid bent, hoe kleiner de kans op onaangename verrassingen, en hoe meer je zult genieten!

 

REIS EN KAMPEER OP DE JUISTE PLAATS

  • Blijf steeds op de aangelegde paden en vertrappel geen planten. Loop zo veel mogelijk achter elkaar in het midden van het pad om verdere erosie aan de randen te voorkomen.
  • Is je pad geblokkeerd, bijvoorbeeld door een boom, en moet je daardoor van het pad afwijken? Probeer dan juist spoorvorming te voorkomen door je een beetje te verspreiden.
  • Een goede kampeerplaats maak je niet, die vind je! Gebruik bestaande kampeerplaatsen – paalkampeerterreinen bijvoorbeeld – of vraag toelating aan een landeigenaar om op zijn of haar land te mogen kamperen. Zelfs als je toelating hebt, kampeer dan op voldoende afstand van wegen, paden en stromen. Opgelet: wildkamperen en wildbivakkeren is verboden in België!

 

AFVAL WAAR HET HOORT

  • Alles wat je meebrengt, neem je ook mee terug! Doe afval – ook afbreekbare resten – in vuilnisbakken als ze er zijn, of neem het mee naar huis. Als je jezelf of iets anders moet wassen, doe dit dan ver genoeg van meertjes of stromen, gebruik enkel – indien absoluut nodig – wat biologisch afbreekbare zeep, en verspreid het afvalwater. Wil je per se baden in een meer of rivier (enkel indien toegelaten), gebruik dan geen zeep, maar schrob jezelf met zand.
  • Voor menselijk afval – poep en plas – gebruik je toiletten als die er zijn. Zijn ze er niet, graaf dan met een klein tuinschepje een putje van zo’n 15 tot 20 cm. Doe dit niet in droog zand, maar in organische grond, en op voldoende afstand van water. Doe je grote boodschap in dit putje, en vul als je klaar bent het gat weer met de aarde die je eruit hebt geschept. Urine kan niet zo’n kwaad in de bodem, maar om te voorkomen dat het dieren aanzet om te gaan graven, kun je het nog verdunnen door er water over te gieten.
  • Gebruikt wc-papier, tampons en maandverband doe je niet in het putje, maar in een plastic zakje dat je mee naar huis neemt of bewaart tot je een vuilnisbak tegenkomt! Je kunt natuurlijk ook bladeren, gladde stenen, stokjes zonder schors, of sneeuw gebruiken als wc-‘papier’.

 

LAAT ALLES ZOALS HET WAS

  • Laat planten staan, laat stenen liggen, respecteer andermans eigendommen, en blijf af van archeologische overblijfselen en monumenten. Kijken mag, aankomen niet! Laat onderweg hekken die openstaan open, maak hekken die gesloten waren weer achter je dicht. Vermijd het om ergens zaden, planten of dieren die daar niet van nature voorkomen, binnen te brengen.
  • Bouw geen constructies of meubels op je kampeerplaats, en graaf er geen putten of greppels. Laat omgevallen bomen liggen: ook deze vormen een belangrijke leefomgeving voor vele levensvormen.

 

KIJK UIT MET VUUR

  • Gebruik om te koken een brander (op gas, benzine of een andere vloeibare brandstof) in plaats van een houtvuur. Dit is gemakkelijker in gebruik en om op te ruimen. Zorg wel dat het stabiel staat, en ver genoeg van brandbare voorwerpen.
  • In het uitzonderlijke geval dat een houtvuur is toegestaan op je kampeerplaats, maak je dit op de voorziene vuurplaats indien aanwezig, in een vuurpan, of je maakt een isolatievuur. Maak je een vuur direct op organische grond, zal in de toplaag van de grond jarenlang niets meer groeien, en iets dieper zal de warmte de groei bevorderen van schimmels die de wortels van bomen kunnen aantasten. Bovendien loop je een risico op ondergronds vuur!
  • Breek geen takken af van dode of levende bomen, verzamel enkel het hout dat je op de grond vindt. Houd het vuur klein en gebruik het niet om afval in te verbranden. Verbrand al het hout volledig tot as, laat geen half verbrande takken achter. Verzeker je ervan dat het vuur volledig gedoofd en koud is voor je vertrekt, en verspreid de as in de ruime omgeving.

 

RESPECTEER DE DIEREN

  • Bekijk wilde dieren van op afstand, nader ze niet, voeder ze niet en volg ze niet. Menselijk eten is vaak ongezond voor wilde dieren, en voederen kan hen slechte eetgewoonten aanleren, en hen onvoorzichtig maken en hierdoor kwetsbaar voor roofdieren. Berg ook ’s nachts je eten en afval steeds goed op, zodat het niet bereikbaar is voor dieren.
  • Vermijd het om dieren te storen, vooral op belangrijke momenten, zoals tijdens het paar- of broedseizoen, of wanneer ze jongen hebben (voornamelijk in de lente en vroege zomer).
  • Houd je huisdieren – als ze al toegelaten zijn – steeds onder controle of laat ze thuis. Laat ze aangelijnd waar dit verplicht is. Denk er aan dat boerderijdieren geen huisdieren zijn, en dat je dus ook bij hen beter afstand houdt.

 

HOU REKENING MET ANDEREN

  • Je bent niet de enige die van de natuur wilt genieten, gun dat dan ook aan anderen. Stoor anderen dus niet door lawaai te maken, te roepen, of ongepast gedrag. Zo heb je ook meer kans om wilde dieren te zien.
  • Kom je onderweg andere wandelaars of fietsers tegen, hou dan rechts om elkaar te passeren, en begroet de ander vriendelijk. Is het pad te smal om elkaar te passeren, ga dan even langs de kant staan. Ga je bergaf, dan is het aan de klimmende persoon om te bepalen of hij- of zijzelf even aan de kant gaat, of jij. Kom je ruiters of vee tegen in heuvelachtig terrein, ga dan aan de dalkant van het pad staan, en zorg dat je de dieren niet laat schrikken. Wil je andere wandelaars inhalen, doe dit dan langs links.
  • Wil je even pauzeren of van het uitzicht genieten? Stap dan even van het pad – op niet kwetsbare ondergrond – om andere gebruikers niet te hinderen. En lijkt iemand een probleem te hebben bied dan even je hulp aan.

 

registerd with registerd with